Menselijke aanpak, meesterlijke oplossingen.
MENU

Einde slapende dienstverbanden in zicht?

In een recente conclusie heeft Advocaat-Generaal bij de Hoge Raad De Bock geconcludeerd dat een werkgever in beginsel verplicht is om op verzoek van een langdurig arbeidsongeschikte werknemer, een ‘slapend dienstverband’ te beëindigen onder betaling van een bedrag ter hoogte van de transitievergoeding.
 

Waar gaat het om?
 

Na 104 weken arbeidsongeschiktheid eindigt de verplichting tot loondoorbetaling voor de werkgever. Als de werkgever dan niets doet, blijft het dienstverband in stand zonder dat er wordt gewerkt en zonder dat er loon wordt betaald. Dit wordt een slapend dienstverband genoemd.
 

Waarom kiest een werkgever ervoor om een dienstverband slapend te houden?
 

Dat is om te voorkomen dat de transitievergoeding moet worden betaald na 104 weken loondoorbetaling bij arbeidsongeschiktheid. Dat wordt onrechtvaardig geoordeeld.

Sinds de inwerkintreding van de WWZ op 1 juli 2015 geldt dat ook in dat geval de transitievergoeding moet worden betaald. Voor de WWZ was dat niet zo: als na verkregen toestemming van het UWV tot opzegging van de arbeidsovereenkomst werd overgegaan hoefde in beginsel geen ontslagvergoeding te worden betaald.
 

Wat verandert er wellicht?
 

In de rechtspraak is tot nu toe geoordeeld dat een werkgever - behoudens drie schrijnende gevallen - niet verplicht kan worden een slapend dienstverband te beëindigen.

Sinds de Wet compensatie transitievergoeding op 11 juli 2018 is gepubliceerd in het Staatsblad en op 1 april 2020 in werking zal treden is geregeld dat werkgevers door het UWV worden gecompenseerd voor betaling van de transitievergoeding aan een langdurig arbeidsongeschikte werknemer. Daarmee gaat het argument dat een werkgever op hoge kosten wordt gejaagd, niet meer op. De wetgever wil ook af van de ‘slapende dienstverbanden’. Op die gronden brengt de eis van ‘goed werkgeverschap’ met zich mee dat een werkgever een werknemer niet in een ‘slapend dienstverband’ mag houden, om daarmee het verschuldigd worden van de transitievergoeding te ontlopen. De werkgever wordt - als de Hoge Raad de A-G volgt - dus verplicht om, op verzoek van de arbeidsongeschikte werknemer, het ‘slapende dienstverband’ te beëindigen, en de wettelijke transitievergoeding te betalen. Dit kan anders zijn als de werkgever gerechtvaardigde belangen heeft om de arbeidsongeschikte werknemer toch in dienst te houden, bijvoorbeeld als er een reëel uitzicht is op re-integratie.
 

Wanneer is er duidelijkheid?

 

Zodra de Hoge Raad arrest heeft gewezen, weten we of de conclusie van de A G wordt gevolgd - of niet - en waar we aan toe zijn.

 

Wat is het advies tot die tijd?
 

Zolang niet duidelijk is hoe de Hoge Raad zal oordelen, kan toch geadviseerd worden om over te gaan tot beëindiging van het dienstverband via een vaststellingsovereenkomst of via het UWV, met betaalbaarstelling van de wettelijke transitievergoeding.
De transitievergoeding wordt immers via het UWV gecompenseerd in 2020. Daartoe moet dan wel tijdig een aanvraag worden ingediend.
 

Mocht je daarbij ondersteuning zoeken, dan helpen wij je graag verder.
 

De volledige conclusie van de A-G is te vinden op www.rechtspraak.nl.

Terug naar het overzicht